“Brood en olijven hebben we altijd”

Afdalend naar het strandje van Piraeus, dat in de diepte ligt onder de gele rotspartijen, hoor ik de eindeloze
cadans van de af en aan rollende golven. Precies wat ik nodig heb om mijn dag goed te beginnen. Het wordt
een lange dag: van negen tot negen. Zoals alle winkels hier hebben we drie keer per week koopavond. Het
is halfacht in de ochtend en al 25 graden. Enkele Pireënaren dobberen al op de golven, de oudere mensen
met witte hoedjes die hen beschermen tegen de zonnestralen. Een keurig geklede zakenman spoedt zich,
met zijn aktetas in de ene en zijn schoenen in de andere hand, na een koele duik richting kantoor.

Ik zoekhet rustigste plekje op om even te genieten. Even. Twee witte hoedjes komen de zee uit, leggen een matje
neer en komen naast me zitten. „Voor het eerst”, zegt de vrouw, terwijl ze wat fruit uit haar tas haalt, „voel ik
me depressief na het stemmen. Ik heb voor de Democraten gestemd, we hebben de hulp van Europa nodig.
En om onze verplichtingen na te komen, moeten we bezuinigen. Het zou een ramp zijn om terug te moeten
naar de drachme!” De man mompelt instemmend en zet zijn tanden in een perzik. „Maar toch… het is niet
mijn partij”, zegt ze.

Een jong stel sleept moeizaam een wandelwagentje achter zich aan door het zand,
volgeladen met bevroren flessen water. Hun kinderen, uitgerust met zwembandjes, rennen de golven
tegemoet. De ouders gaan lusteloos op een steen zitten en staren naar de zee. Een grijzende man komt op
hen af. „Kalimera Maria, kalimera Janni!” roept hij vrolijk. „Wat zitten jullie treurig te kijken!” Maria zucht diep.
Ze kan het niet begrijpen; hoe kon 30 procent van de mensen zijn vertrouwen op de Democraten stellen?
Een van de partijen die het land hebben geruïneerd: Pasok en de Democraten. Decennialang wisselen de
partijen elkaar af, in een eindeloze cadans. Ze had gehoopt dat Tsipras de verkiezingen zou winnen en hun
wat meer lucht zou geven, door te onderhandelen over de bezuinigingsmaatregelen.

De grijzende man
lacht. „Ha!” zegt hij. „Griekenland is toch altijd een chaos geweest? Leg je er maar bij neer dat dat nooit zal
veranderen. Heel Europa wordt geregeerd door de multinationals. Wat er met het volk gebeurt laat hen
koud. Dat heeft altijd overal voor moeten opdraaien.” We overleven dit wel, vindt hij. „Brood en olijven
hebben we altijd.” Het stel ziet het anders: ze hebben twee kinderen op te voeden. Die moeten studeren en
werken. Die leningen zijn de catastrofe van het land, vinden ze. Straks kunnen ze aan de slag bij een van de
geprivatiseerde staatsbedrijven voor 200 euro. „Pure uitbuiting”, vindt Maria. De grijzende man kijkt op zijn
horloge. „Ik moet gaan”, zegt hij.

Ik moet ook gaan, denk ik, de winkel wacht. Als Vassilis opent, is hij er altijd
voor achten. Een halfuur later open, een halfuur eerder dicht, uiteindelijk ga je helemaal niet meer open, is
zijn motto. „Nog vijf minuten”, denk ik. De golven rollen af en aan, in een eindeloze beweging.

Advertenties

“Alleen een dictatuur kan ons redden”

Geertje Spiliotopoulou 13.06.2012
„Ik ben heel goed en kundig behandeld door de artsen”, vertelt Elsa, die zojuist een oranje roos kocht. Ze is
geopereerd aan een nekwervel en draagt een enorme kraag. Ik ben benieuwd naar haar ervaringen met het
ziekenhuis. Allerlei verhalen doen de ronde. Er zouden geen medicijnen, verbandgaas en andere materialen
aanwezig zijn. „Maar alle onderzoeken moest ik buiten het ziekenhuis laten doen, op eigen kosten. Dit kwam
uit op zo’n 1000 euro.” Ik schrik ervan. „Toen ik pijnstillers nodig had, bleek er niets voorhanden te zijn. Mijn
moeder is ze bij de apotheek gaan halen.” Eerlijk gezegd leefde ik nog in de veronderstelling dat de
berichten die ik de afgelopen tijd las waren aangedikt, maar Elsa schudt mij wakker. „De medicijnen die ik
nodig heb, kosten ruim 200 euro per maand. Ik slik ze al twee maanden en ik heb ze zeker nog twee of drie
maanden nodig.” Elsa ontdekte onlangs dat haar baas haar ziektekostenpremie al een tijd niet had betaald.                                               Ze kan de uitgaven voor de onderzoeken en medicijnen  dus niet terugkrijgen van het ziekenfonds.

Een oudere man met een wit zonnehoedje is binnengekomen en luistert mee. „Alleen een dictatuur kan ons
redden”, moppert hij. Een niet zelden gehoorde uitspraak, waarmee wordt bedoeld dat er tijdens de
vroegere dictatuur tenminste veel goeds voor het volk werd gedaan. „Wie had kunnen denken dat het zo ver
zou kunnen komen”, zegt hij terwijl ik een plantje voor zijn jarige kleindochter inpak. Zijn krant legt hij even
op mijn werkbank. „Kankerpatiënten zonder medicijnen”, zie ik staan, en: „De werkloosheid, de criminaliteit
en het aantal zelfmoorden stijgen.” „Dit is Griekenland”, zegt de man treurig, „onherkenbaar veranderd!”De
ziekenfondsen zijn miljoenen schuldig aan apothekers voor al geleverde medicijnen. Honderdtwintig
apotheken gingen al failliet, lees ik nog snel.

Ik denk terug aan de woorden van mijn gynaecoloog, eind
2011. Ze is Roemeense, geboren en getogen tijdens het regime van Ceausescu. „Ik ben heel bang voor het
komende jaar”, vertrouwde ze me toe. „Doe vooral zo snel mogelijk alle onderzoeken die je nodig hebt. Ik
ben ontzettend bezorgd voor wat er staat te gebeuren.” Ze keek er somber bij.

Amalia loopt binnen. Ze heeft een lichtblauw Kaaps viooltje uitgezocht. „Ik zet het op mijn bureau”, zegt ze,
„dan word ik misschien wat vrolijker.” Ze leest geen kranten meer en wil geen nieuws meer zien of horen.
„Er is niemand met een plan voor dit land”, zegt ze druk gebarend. „Ik hoor alleen over problemen en wie
daaraan schuldig is, maar niemand heeft een programma.” De politieke partijen hebben nog drie dagen om
Amalia te overtuigen.

„Pou paei avti ie chora?” verzucht mijn zoon Apostoli. „Waar gaat het met dit land
naartoe?” Zondag zal ook hij zijn stem uitbrengen. Hij twijfelt nog: zal hij stemmen op de (kleine) partij die
hem het meest aanspreekt? Of op de minst slechte van de grote partijen? Een enorm dilemma: zondag zal
er gestemd worden over de toekomst van het land. Op hoop van zegen!

Image

“We worden als citroenen uitgeperst”

6 juni 2012                                                                                                                                                                                                                                                   Als een lichtpaarse wolk staat de jacarandaboom in het midden van het parkje te bloeien, een cirkel van
bloemen feestelijk uitstrooiend op de tegels. Kinderen rijden er vrolijk met hun fietsjes doorheen. Op de
bankjes naast me zitten moeders, een oma en een man druk pratend pompoenpitten te eten. Aan de
schilletjes op de tegels rond de bankjes te zien zitten ze er al een tijdje. Het is tien uur in de avond, en nog
goed toeven buiten. De kinderen houden ’s middags een siësta en gaan laat naar bed.

„Ik loop maanden achter met mijn betalingen”, verzucht een van de moeders. „Alleen met de hypotheek kan
ik niet achterblijven. Ik lig er wakker van, het is alsof er een mes op mijn keel staat.” „We worden als
citroenen uitgeperst. En die hulpleningen”, zegt de man smalend, „binnen drie dagen stroomt het geld weer
terug naar de trojka (Europese Centrale Bank, IMF, Europese Commissie, red.). Ze betalen zichzelf. Van al
het geld dat ons is geleend, is ruim driekwart teruggestroomd. Als het komt, heet het lening, en als het
teruggaat heet het rente.” De vrouwen kijken hem verbaasd aan. „Ongelofelijk”, zegt de vrouw ”met het mes
op de keel”. „Waarom demonstreren de inwoners van Europa eigenlijk niet? Het is hun belastingsgeld.”
Ontstemd gaat de man verder: „Hoeveel geld denk je dat er in de banken gepompt is, die al jaren met ons
geld speculeren? De afgelopen maand heeft de trojka 30 biljoen in de banken gestoken. Dat wij creperen
interesseert niemand.” Kwaad spuugt hij een pompoenschilletje op de tegels.

Ik zie mijn taxi aankomen. De man en de vrouwen praten druk verder terwijl ik instap. Giorgos rijdt alweer
jaren op zijn taxi. Hij bezorgt ook bloemen, in heel de Lekanopedio – Athene en omstreken. „Alles ligt stil”,
moppert Giorgos, „de economie wordt uitgehold. Maar dat is precies wat Amerika wil. Amerika hoopt dat
Europa uiteenvalt, het is te groot en te machtig geworden. Het loopt precies volgens plan”, vervolgt hij,
„waarom denk je dat ze de crisis zelf begonnen in 2008 met de Lehman Brothers?”

Hij slaat af, en laveert
door de nauwe straatjes van de stad. „Nu maar zien wat de verkiezingen ons brengen, Amerika en Europa
sporen ons aan op de traditionele partijen te stemmen, die de bezuinigingsmaatregelen willen handhaven.
Maar Grieken zijn een eigenzinnig volk: als je zegt dat ze wit moeten stemmen, stemmen ze zwart.” Giorgos
is een van de vele taxichauffeurs met goede diploma’s op zak: in Italië studeerde hij voor veearts. Toen hij
jaren geleden zijn baan verloor besloot hij een taxi te exploiteren, toen nog een lucratieve baan. Momenteel
moeten taxichauffeurs overuren draaien om aan een omzet te komen. Maar Giorgos is een tevreden man.
Om vijf uur zet hij zijn auto aan de kant om een duik in zee te nemen met zijn gezin. Ook op zondag rijdt hij
niet. Natuurlijk kan hij zich dit alleen permitteren omdat zijn vrouw fulltime werkt. „Mijn gezin is veel
belangrijker dan een paar euro meer in mijn zak”, zegt hij altijd.

Image