Weer thuis….

Geertje Spiliotopoulou 29.08.2012

Het vliegtuig komt laag aanvliegen over de havens van Piraeus. Mijn reisje naar Nederland zit er weer op. Ik
zie de betonstad beneden onder me voorbij schuiven. De geelbruine deken van smog ligt er dik overheen.
Dan zwenkt het vliegtuig uit over het blauwe water van de Saronische Golf. Kleine eilandjes schieten voorbij.
„Thuis!” denk ik blij, en neem me voor snel weer een duik te nemen in het blauwe water. Lees verder

Advertenties

jacht op migranten geopend

Geertje Spiliotopoulou 22.08.2012
„Tussen het geratel van de machines door klonk zo nu en dan een discriminerende opmerking over zwarten
of Polen”, vertelt Ritsa, die naar Nederland kwam voor haar vakantiebaantje. Lekker bijverdienen is er in
Griekenland immers nauwelijks bij. Ik ontmoet haar terwijl ik zelf ook even terug ben in Nederland. Het
klimaat ten opzichte van buitenlanders lijkt hier wel enigszins veranderd sinds ik –twintig jaar geleden–
vertrok. Net als in Griekenland eigenlijk. Daar hoorde ik laatst op een verjaardagsfeestje tot mijn verbazing
de feestgangers –allen hondeneigenaren– grappen maken over het jagen met hun honden op „loslopende”
Afghanen en Pakistanen. Lees verder

Ravenzwart

Geertje Spiliotopoulou 15.08.2012
„Ik durfde haast niet meer naar school”, vertelt mijn 70-jarige tante, terwijl we op een koele zomeravond in
de weelderige bloementuin van mijn vader zitten. „Ik werd zo getreiterd om mijn zwarte kleren!” Dit nadat
haar zusje jong was overleden. Mijn oma, woonachtig in een dorpje in de Betuwe, droeg altijd zwarte
kleding. Vandaag zijn de mensen die in het zwart zijn gekleed bijna uit het straatbeeld verdwenen. Niet in
Griekenland. Lees verder

“Opou figi,figi”, dacht Jota al jong. Wegwezen!

Geertje Spiliotopoulou 08.08.2012
Al op zeer jonge leeftijd dacht mijn vriendin Jota –nu 45–: „Opou figi, figi.” Zo snel mogelijk wegwezen. En
dat deed ze. Zodra ze haar schooldiploma op zak had vertrok ze naar de ‘grote stad’ Piraeus, om aan de
pedagogische academie te studeren. Jota had beslist niet genoten van haar jeugd tussen de tabaksvelden,
in haar kleine dorp in de provincie Etolocarnania. Na schooltijd hees ze zich meestal, na een snelle lunch, in
haar oude kloffie om mee te werken, samen met vader, moeder en haar zussen. Eigen land bezat haar
vader niet, hij huurde een perceel. Ze hadden het niet breed, haar moeder stuurde Jota vaak naar de winkel
met wat eieren om ze te ruilen voor iets anders. Lees verder